zondag 24 mei 2015

Archiefontmoetingen in Polen (3)

Op 21 en 22 mei nam het bestuur van ICA SPA deel aan het internationale Colloquia Jerzy Skowronek Dedicata dat jaarlijks wordt georganiseerd door het Poolse Nationaal Archief. Het telde zo'n 75 deelnemers uit vrijwel alle Oost-Europese landen, van Finland tot Rusland en Kroatië. Onderwerp dit jaar was 'Archives in the social environment of the 21st century'. Een aanzienlijk aantal sprekers kwam niet veel verder dan het geven van een overzicht van de stand van zaken bij hun archief. Enkele lezingen sprong er voor mij uit. Daartoe behoorde de presentatie of liever gezegd noodkreet van de directeur van het Nationaal Archief van Bosnië en Herzegovina, Adamir Jerkovic. Zijn archiefbestanden werden bij rellen in februari vorig jaar voor een groot gedeelte verwoest of ernstig beschadigd. Er zijn in zijn land nauwelijks fondsen beschikbaar en hij deed dan ook een dringend beroep op collega's om hem te steunen, zodat de bestanden die nu nog te redden zijn ook daadwerkelijk geconserveerd kunnen worden. Hier heeft de International Council on Archives een rol te spelen lijkt me. Een boeiende presentatie leverde directeur Florin Cîntic van het staatsarchief van de Roemeense regio Moldavië in Iasi. Hij begon met het uitspreken van de hoop dat er een moment zal komen dat de archieven van de republiek Moldavië en die van zijn regio een eenheid zullen vormen, indirect nam hij daarmee politiek stelling. Cîntic is pas recent in de archiefwereld terecht gekomen. Hij trof in Iasi een cultuur van geslotenheid aan, volstrekt niet gericht op het bieden van toegang aan het publiek. Hij beschouwt dit als een erfenis van de communistische periode, toen archieven voor alles het staatsbelang moesten dienen en transparantie niet gewenst was. Hij doet er alles aan om deze onnodige conservatieve cultuur te doorbreken. Daarbij sluit aan wat Elena Romanova, hoofd van de afdeling 'archival science' van het 'All-Russian Research Institute' opmerkte: zelfs nu de communistische commandostructuren niet meer bestaan, zijn archivarissen nog steeds gewend om alle beslissingen op een hoger niveau van goedkeuring te laten voorzien.
Vrijwel alle sprekers gingen uitgebreid in op de rol die zij spelen op het educatieve vlak, variërend van het organiseren van tentoonstellingen, lezingen, cursussen en rondleidingen tot speciale onderwijsprogramma's. Deze activiteiten ondernemen zij vanuit de optiek dat zo het publiek kan kennismaken met hun archief en het gebruik ervan wordt gestimuleerd. Over de inzet van sociale media repten de meeste collega's maar weinig.
Ik merkte dat we met het Gelders Archief tamelijk ver af staan van de Oost-Europese werkelijkheid. Daar is alles in belangrijke mate gericht op het stimuleren van het fysieke bezoek, terwijl wij zoveel mogelijk de online weg bewandelen. Zelf hield ik een lezing over de oriëntatie van het Gelders Archief op virtuele beschikbaarstelling en op het e-Depot en waagde ik het mijn gehoor voor te houden dat ik op termijn streef naar sluiting van de fysieke studiezaal. Hoe de zaal daarover dacht werd goed verwoord door prof. Andrzej Biermat. Hij refereerde in zijn slotwoord niet concreet aan de lezingen behalve aan de mijne en nam daartegen stelling. De route van het Gelders Archief beschouwt hij als het doorbreken van de band met de klant. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat met het moderne publiek wel degelijk een band wordt onderhouden, al is die vooral virtueel. Als je je onvoldoende op dit publiek richt, dan verlies je op termijn in mijn optiek het merendeel van je klanten.
Het colloquium bood een goed inzicht in de ontwikkelingen bij onze Oost-Europese collega's. Heel jammer was het dat er vrijwel geen gelegenheid tot discussie werd geboden.

zaterdag 23 mei 2015

Archiefontmoetingen in Polen (1)

Deze week verbleef ik in Warschau voor de vergadering van het bestuur van de sectie voor beroepsverenigingen van de International Council on Archives. Tijdens onze eerste dag, op 18 mei, maakten we kennis met het werk van de Poolse vereniging van archivarissen . Deze vereniging verzorgt met haar cursusaanbod de opleiding van de archivarissen werkzaam bij kleine instellingen en ondernemingen en geeft boeken en een magazine uit. Daarnaast houdt zij zich ook bezig met het exploiteren van vijf archiefdepots ten behoeve van particuliere organisaties en bedrijven. We bezochten een van de grootste, in Lubna, met een capaciteit van 130 km1. Deze depots zijn een heel belangrijke inkomstenbron voor de vereniging, die daarmee onder meer haar personeelsbestand van 18 medewerkers betaalt. De vereniging is met deze activiteit begonnen toen bleek dat o.m. personeelsdossiers van onderemingen niet goed werden beheerd, waardoor oud-personeel werd benadeeld. De vereniging sprong in het gat in de markt en sloeg twee vliegen in een klap, bestanden bleven zo behouden en de vereniging verdiende geld. De toekomst voor deze activiteit is niet rooskleurig, er zijn kapers op de kust die veel goedkoper kunnen aanbieden, zoals Iron Mountain.
Na Lubna bezochten we het in 2012 geopende nieuwe archiefgebouw van het staatsarchief van Radom. Dit archief beheert conform de Poolse structuur niet alleen de archieven afkomstig van de provincie Radom, maar ook van alle steden en andere lokale overheden binnen de provincie. Een stadsarchief Radom bestaat dus niet. Deze opzet dateert uit de communistische periode toen alle overheden, op welk niveau ook, als gerelateerd aan de rijksoverheid werden beschouwd. Ook nu nog ressorteren alle archieven na overbrenging onder de rijksoverheid. In Radom wordt zoals in de andere 33 staatsarchieven gedigitaliseerd. Enige zorg van de directeur daarbij is dat het bezoekersaantal van zijn instelling zal teruglopen. Ik geloof niet dat mijn opmerking dat internetbezoekers ook bezoekers zijn hem heeft gerustgesteld..
Interessant was het te horen dat de verschillende staatsarchieven voor al hun processen de risico's in kaart moeten brengen om tot goed risicomanagement te komen. Wat mij daarbij bevreemdde was dat ieder dat voor zichzelf doet. Je zou de processen ook landelijk kunnen verdelen.
Na afloop van de ICA SPA vergadering op dinsdag was er gelegenheid voor een gesprek bij de universiteit van Warschau met studenten geschiedenis die het keuzevak archivistiek hebben gekozen. Zij vertelden over hun langdurige stages bij bedrijven, waar zij in een aantal gevallen de archivering zelfs moesten oopzetten. Zij bleken goed op de hoogte van ISO-standaarden en gebruikten ISAD. Zij wisten van digitale archivering, maar gaven toe dat zij daar in de praktijk niet mee te maken kregen. Hoewel de stages zich in de sfeer van het records management afspelen, hadden de studenten die wij spraken alleen een voorkeur voor een toekomst in het historisch archief. Niet zo vreemd, want via hun studie geschiedenis waren zij op het spoor van de archieven gekomen. De aanwezige Poolse collega hield de studenten voor dat zij ernstig rekening moesten houden met een toekomst in het records management, want het aantal jaarlijks te vervullen possities bij de staatsarchieven is gering.

Archiefontmoetingen in Polen (2)

Woensdag 20 mei vergaderde het ICA SPA bestuur bij het AAN (Centraal Archief voor Moderne archiefbescheiden) . Deze instelling is gehuisvest in het eerste gebouw in Polen dat als archiefgebouw werd ontworpen. Architect is Bohdan Pniewski. We werden er ontvangen door de directeur, die uitlegde dat modern bij dit archief betrekking heeft op documenten gevormd vanaf 1918, toen Polen de onafhankelijkheid herwon. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beheerde de instelling 35 km1 archief. Na de opstand van Warschau lieten de Duitse bezetters het Archief in vlammen opgaan, slechts 3% van de bestanden bleef behouden omdat dit gedeelte tijdelijk elders was ondergebracht.
Na afsluiting van onze vergadering werden we in hetzelfde gebouw rondgeleid door het NAC, het Nationaal Digitaal Archief . De verwachting was dat we een gesprek zouden voeren over het Poolse e-Depot, maar dat wat niet het geval. We kregen uitleg over het NAC. Bij deze instelling worden 15 miljoen foto's, 30.000 geluidsbanden en 2500 films bewaard. Bovendien zijn er afdelingen die deze bestanden digitaliseren en scanopdrachten uitvoeren voor andere staatsarchieven. Gevraagd naar de standaarden die worden gehanteerd, kregen we als antwoord dat naar de Angelsaksische landen wordt gekeken, maar dat ook eigen onderzoek wordt gedaan naar de meest geschikte formats en dpi's. Het scannen van geluidsbanden staat nog in de kinderschoenen en is afhankelijk van een medewerker met toevallige kennis van de materie. Van een e-Depot is nog in het geheel geen sprake. Ons werd verteld dat de ontwikkeling van een digitaal depot wel tot de ambitie behoort, maar dat dit vooralsnog toekomstmuziek is.

donderdag 16 oktober 2014

ICA Congres Girona: een Catalaans feestje

Van 11-15 oktober nam ik in het Catalaanse Girona deel aan het congres en de vergaderingen van de International Council on Archives. In Girona werd de ICA-koers voor de komende jaren vastgesteld: focus op archieven als essentieel voor good governance, op volgen en beïnvloeden van nieuwe technologieën en op verstevigen van de professie. Martin Berendse nam in Girona afscheid als president en werd opgevolgd door de Australiër David Fricker.

De setting van het congres was bijzonder. Voertaal was het Catalaans, Spaanse klanken heb ik nauwelijks gehoord. De uitingen van nationalisme waren in de stad overal aanwezig in de vorm van vlaggen, pamfletten en graffiti. Ik heb alleen Catalanen gesproken die voorstander waren van onafhankelijkheid en bij het slotdiner nodigde de burgemeester van Girona ons uit om als toerist terug te komen, naar zijn verwachting zou dat in een ander land zijn....
Het congres was qua deelnemersaantal een groot succes met meer dan 900 aanwezigen, daaronder 32 Nederlanders, meer dan het aantal Amerikanen, Fransen en Duitsers!
De eerste keynote spreker was Joan Roca, een beroemde Catalaanse topkok. Hij vertelde hoe zijn grote culinaire bibliotheek en het goed archiveren van het bereidingsproces van de gerechten voorwaarden zijn om ook in de toekomst tot culinaire hoogstandjes te komen. De laatste keynote werd gehouden door de musicus Jordi Savall, die een boeiend verhaal hield over de wijze waarop hij het bespelen van de viola da gamba wist te reconstrueren door grondig (archief)onderzoek, waarbij het niet alleen om muziekstukken ging, maar vooral om de context waarin deze in het verleden waren gespeeld.
Niet alle programma items waren even interessant. Dat waren de gesprekken in de marge van het congres meestal wel. Zo hoorde ik over het Portugese E-depot initiatief RODA, dat op open source is gebaseerd. In Nederland heeft het Nationaal Archief gekozen voor Preservica (vh. Tessella) en dat betekent afhankelijkheid van een commerciële aanbieder. Dat speelt in Portugal dus niet. In een presentatie over het Deense Bit Repository bleek dat ook de Denen zich op open source baseren.
De national archivist van Gambia vertelde mij dat een archiefopleiding in zijn land ontbreekt, ook zelf leert hij momenteel 'on the job', net als zijn (maar) vijf collega's. Oplossingen zijn mogelijk online onderwijs waar de ICA aan werkt of de inzet van gepensioneerde collega's als vrijwilligers. De ICA sectie voor professional associations zal zich daar voor gaan inzetten.
Zoals zo vaak ontstonden ook tijdens dit congres misverstanden rond de terminologie. Waar in het ene land onder een archivaris ook een records- of informatiemanager wordt verstaan, is dat in een ander land niet het geval. Dat leidt dan weer tot onbehagen, waarom wordt het records management niet genoemd, terwijl de spreker zich van geen kwaad bewust is en het hele continuüm denkt te bestrijken!

Tijdens een sessie over open data voelde ik mij bevestigd in de keuze die we met het Gelders Archief hebben gemaakt om de online beschikbaarstelling van onze informatie kosteloos te maken en te werken aan het op uniforme wijze toegankelijk maken daarvan als open data. Ook nu sprak het voorbeeld van de stad Stockholm mij aan. Daar wordt stevig gewerkt aan open data met als motivering transparantie en het economisch belang van vrij hergebruik van data. De toegang op het al sinds 2010 bestaande E-arkiv speelt daar een sleutelrol voor de inwoner van de stad die informatie zoekt van de overheid.
Het Zwitserse Nationaal Archief heeft als opdracht de open data portal van de Zwitserse overheid te beheren. De Zwitsers overwegen nu om de betreffende bestanden ook in het archief op te nemen. In mijn ogen is dat een verkeerde route. Data zouden eerst (vervroegd) overgedragen moeten worden, met de opdracht deze informatie als open data beschikbaar te stellen. Bovendien verwachten de Zwitsers dat de gebruiker van de open data voor het verifiëren daarvan zullen zorgen, zodat aanvullingen mogelijk zijn. Dat staat natuurlijk haaks op het behouden van de authenticiteit van de data.

Tenslotte, tijdens de algemene ledenvergadering van de ICA kwam een politieke kwestie aan de orde. Het voorstel was om Syrië en Irak te royeren als lid omdat zij de laatste jaren geen contributie hadden betaald. Daarop werd verzocht om gezien de burgeroorlog in deze landen, een besluit op te schorten. Volgens de statuten van de ICA is dat niet mogelijk, maar voorzitter David Fricker loste de kwestie op door te beloven nog een keer hun lidmaatschap tegen het licht te houden en te melden dat ook collega's uit landen die geen lid zijn van de ICA toch welkom zijn bij bijeenkomsten.

vrijdag 26 september 2014

84e Deutscher Archivtag, Maagdenburg 2014

Van 24-26 september nam ik deel aan de Deutscher Archivtag. We werden ontvangen in de stad Maagdenburg, in Sachsen-Anhalt, door overheden die bijzonder verguld waren met de komst van dit congres naar hun stad en land, want voor het eerst sinds de Wende werd deze deelstaat bezocht door de 'Archivarinnen' en 'Archivare'. De Messe waar de honderden collega's bijeenkwamen, bestaat pas sinds de jaren negentig, voordien bevond zich er een Russische kazerne met oefenterrein.
De keynote bij de opening van het congres werd verzorgd door Sabine Brünger-Weilandt, directeur van het Leibniz Institut für Informationsinfrastruktur. Zij ging in op het belang van een goede informatie infrastructuur, zodat onderzoekers uit verschillende disciplines van elkaars data gebruik zouden kunnen maken. Zij constateerde dat er daarbij nog een wereld is te winnen. Eigenlijk was haar pleidooi gericht op de verschillende onderzoeksinstituten die veel meer zouden moeten samenwerken. Toch beschouwde ik het ook als een uitdaging aan ons archivarissen: de gemeenschappelijke toegang tot de informatie die wij beheren moet er zo snel mogelijk komen, ook bij ons is er nog teveel versnippering. Een volgende stap kan dan zijn het verbinden van onze informatie met die de onderzoeksdata van wetenschappers. Voorlopig is dat nog wel toekomstmuziek!

Tijdens dit congres ontmoette ik twee Russen, Aleksandr Bezborodov en Efim Iosifowitsch Pivovar, resp. vice-rector en rector van de Staatsuniversiteit voor Geesteswetenschappen in Moskou. Pivovar is bovendien voorzitter van de Russische vereniging van historici en archivarissen en Bezbodorov is directeur van het instituut voor Geschiedenis en Archieven binnen de universiteit. Zij vertelden mij het heel belangrijk te vinden om aan dit congres deel te nemen nu er op het politieke vlak zoveel spanning heerst en ze spraken de wens uit dat er voor vakgenoten contact mogelijk zou blijven. Bezbodorov meldde mij uit eigen beweging dat de media in zijn land alleen het overheidsstandpunt weergeven en dus heel gekleurd zijn, tegelijk betichtte hij Kiev ervan hetzelfde te doen. In opdracht van Poetin had hij een gids uitgebracht over archieven in het oosten van de Oekraïne. Die was nationalistisch gekleurd, maar als je daar doorheen kon kijken bevatte deze nuttige informatie, zo zei hij...... Beiden zijn diep geraakt door de strijd tussen beide landen, er zijn collegiale en familiebanden die nu ineens op het spel staan. Ik werd met een collega van de International Council on Archives uitgenodigd om naar Moskou te komen voor een uitwisseling met studenten archivistiek. Zeker interessant en zinvol, maar toch eerst de politieke ontwikkelingen even afwachten!

De Deutscher Archivtag had als centraal thema het digitale aanbod aan de klant. Daarover werden zinnige dingen opgemerkt. In een lezing over de virtuele studiezaal werd stil gestaan bij het goed regelen van toegang op afstand tot privacy gevoelige bestanden, zodat een onderzoeker voor het raadplegen van gevoelige informatie niet naar het archiefgebouw hoeft te komen. In een andere bijdrage werd aan de virtuele studiezaal de voorwaarde verbonden van een formele aanmelding. Met andere woorden, stukken zouden digitaal alleen beschikbaar gesteld moeten worden als de gebruiker zich heeft aangemeld en geïdentificeerd. Dat gaat mij veel te ver, maar zou voor de genoemde gevoelige informatie een optie kunnen zijn. Interessant is overigens hoe de Duitse collega's heel gemakkelijk overgaan tot het afsluiten van overeenkomsten met Ancestry.com om de akten van de Burgerlijke Stand te digitaliseren en soms ook van indexen te voorzien. Die behelzen zonder uitzondering dat gedurende een aantal jaren het archief zelf de scans alleen in de fysieke studiezaal ter beschikking mag stellen, terwijl Ancestry deze van meet af aan commercieel mag uitnutten. Dat zou mijn keuze niet zijn!


Tijdens de Archivtag kwamen ook projecten aan de orde die heel direct zijn gericht op het wetenschappelijk onderzoek. Een daarvan was het Francke-project dat als doel heeft het aanbieden van informatie en scans rond de piëtistische theoloog Francke uit Halle. Daartoe wordt een portal opgebouwd waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende collecties en archieven en die beoogt de betreffende documenten zoveel mogelijk digitaal aan te bieden. Dergelijke thematische portals zijn natuurlijk interessant voor de onderzoeker, maar ik zet er vraagtekens bij. Zou het niet beter zijn om te investeren in de goede toegankelijkheid inclusief aanbod van scans via de beherende instellingen zelf, natuurlijk met open data als uitgangspunt? Dergelijke portals zouden zich daar dan op kunnen baseren.  

Bij de opening van de Archivtag werd het Archivportal-D officieel in werking gesteld. Dit maakt het in principe voor alle Duitse archieven mogelijk om hun toegangen en gedigitaliseerde stukken via een gemeenschappelijke toegang te presenteren. Dat gebeurt door via mapping de metadata in het Archivportal te importeren. Deze website heeft nog een lange weg te gaan, tot op heden neemt maar een beperkt aantal archieven deel, terwijl ook het gereedmaken van de data nog een hele klus blijkt.

Het jaarcongres van de Duitse collega's bood veel stof tot nadenken. Jammer dat het nog wel een aantal maanden duurt voordat de verschillende bijdragen in het blad Archivar als pdf te raadplegen zijn!

dinsdag 16 september 2014

Archiefervaringen in Abu Dhabi

Maandag en dinsdag nam ik in Abu Dhabi, hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten, deel aan een conferentie, samen met andere vertegenwoordigers van de International Council on Archives (ICA), UNESCO, de International Records Management Trust en ARMA International. We waren naar de Golf getogen op uitnodiging van de directeur van het Nationaal Archief, Dr. Abdullah El Reyes. Onderwerp was de voorgenomen oprichting door het Archief van een internationaal 'Archives Center of Excellence' ter ondersteuning van archieven en archivarissen wereldwijd met aandacht voor onderzoek, opleiding en training. Een centrum waarvoor heel veel mogelijk lijkt te zijn, want het budget is niet begrensd.

De zondag voorafgaand aan de conferentie bezocht ik het Nationaal Archief. Hoewel de instelling deze naam draagt, is van een werkelijk archief momenteel geen sprake. De staat is jong (1971) en de archieven zijn door de verschillende ministeries nog niet overgebracht, al werd ons verzekerd dat dit heel binnenkort gaat gebeuren. Voorlopig moet de bezoeker het doen met microfilms die zijn gemaakt van miljoenen archiefbescheiden elders. De oudste stukken die in Abu Dhabi in kopie aanwezig zijn, hebben betrekking op het bezoek van Vasco da Gama in 1492 aan het gebied van de huidige emiraten. De originelen berusten in Portugal. Heel veel documenten zijn afkomstig van het Britse Nationaal Archief. Niet vreemd,  want de emiraten vormden tot 1971 een Brits protectoraat. Ook kopieën van Nederlandse archiefbescheiden en publicaties behoren tot de collectie. Toen ik een medewerkster vroeg of het de bedoeling was de films te scannen om zo het beschikbaar stellen te vereenvoudigen, antwoordde ze dat daaraan wordt gewerkt, maar dat dit een langlopend project is. Uit eigen beweging voegde ze er aan toe dat helaas veel interessante stukken niet ter inzage zijn omdat deze gevoelige informatie bevatten. Het gaat dan vooral om stukken die betrekking hebben op de slavenhandel en alcohol. De slavenhandel, zo bleek mij later, ligt gevoelig omdat de regerende elite daar tot in recente tijden bij betrokken was. Alcohol is een lastig onderwerp omdat het in dit islamitische land not done is om alcohol te drinken. Ik informeerde of de medewerkers in zulke gevallen verwijzen naar de originelen in archieven elders. Dat blijkt niet het geval. Het antwoord luidt dan dat het gevraagde stuk zich niet bij het Archief bevindt....
Aan de wieg van het huidige Nationaal Archief staat de stichter van de Emiraten, Sjeik Zayed bin Sultan Al Nahyan. Hij wordt in heel Abu Dhabi geëerd als een vader des vaderlands, ook in het Archief. Daar vind je bij binnenkomst een citaat van hem: "He who does not know his past cannot make the best of his present and future, for it is from the past that we learn". Dat geldt als motto voor het Archief.

Aanwezig in Abu Dhabi was ook Martin Berendse, tot voor kort directeur van het Nationaal Archief, sinds deze zomer van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Hij vertelde enthousiast over zijn nieuwe baan en in het bijzonder over de dynamiek die de enorme aantallen dagelijkse bezoekers met zich mee brengen. Tot in oktober blijft hij nog verbonden aan de ICA als president, dan wordt hij in die rol opgevolgd door de Australiër David Fricker, ook in Abu Dhabi aan tafel. Voor de archiefwereld is Martin niet helemaal verloren, hij geeft inmiddels gastcolleges aan de Universiteit van Amsterdam over de politieke implicaties van de archiefprofessie. Uit buurland Saoedi-Arabië nam Dr. Fahd Al Semmari deel, de secretaris-generaal van de King Abdulaziz Foundation for research and archives in Riyad. Buiten de vergadering had ik een boeiend gesprek met hem. Gevraagd naar het verbod op het christendom in zijn land stelde hij dat de paus ook geen moslims als bewoners in het Vaticaan zou dulden. De openbare godsdienstvrijheid die Nederland aan niet-christenen biedt, is in zijn ogen niet nodig. Binnenskamers kan het geloof ook beleden worden. Maar sprekend over archivistische kwesties vonden we elkaar wėl. Zoals ik al eerder heb ervaren, wereldwijde samenwerking op het vakgebied is goed mogelijk, maar als je, vooral buiten de westerse wereld, aan politieke standpunten de voorrang zou geven, dan wordt het soms ingewikkeld.
Het waren twee dagen van goed overleg die naar ik verwacht zullen leiden tot een zinvolle inspanning van de Emiraten voor de archiefwereld.  Het Nationaal Archief werkt de plannen uit om ze half oktober in Girona aan de ICA voor te leggen.

zondag 23 maart 2014

NEA Spring meeting: De Boston marathon

De tweede dag van het congres van de New England Archivists volgde ik een lezing over Our Marathon: The Boston bombing digital archives. Dit is een initiatief van de Northeastern University in Boston en is bedoeld als een online memorial voor iedereen die de gevolgen van de bomaanslagen ondervindt. De website is een centrale bron waar allerlei digitaal materiaal is samengebracht. Op dit moment bevat Our Marathon meer dan 3700 verschillende digitale items, variërend van foto's, onbewerkt filmmateriaal, sms-berichten, facebookpagina's, e-mails en memes, tot scans van papieren documenten zoals brieven. Het bestand is aangevuld met inmiddels vijftig interviews, die zijn afgenomen door twee historici die gelden als oral history experts.
Het is de bedoeling dat op termijn alle materialen worden overgedragen aan de universiteitsbibliotheek, de Northeastern Library.
Bij het luisteren naar de verschillende projectmedewerkers werd ik aanvankelijk meegenomen door hun enthousiasme en grote betrokkenheid. Prachtig dat op deze bijzondere wijze de herinnering aan de schokkende gebeurtenis van 15 april 2013 wordt levend gehouden en dat bovendien een scala aan bronnen behouden blijft. Maar het initiatief heeft ook een andere kant. Door de enorme aandacht voor de Boston bombing bestaat het risico dat op termijn deze gebeurtenis een andere plaats in de geschiedenis gaat innemen dan wellicht gerechtvaardigd is. Die vraag kwam tijdens de discussie na afloop van de lezing niet aan de orde, maar toen ik deze voorzichtig toch aan Amerikaanse collega's voorlegde, bleek dat mijn zorg door een aantal van hen werd gedeeld. Zij tekenen bovendien aan dat het een universitair initiatief betreft, waar veel geld mee gemoeid is. Zij durven de vraag naar de rechtvaardiging van het project in het openbaar eigenlijk niet te stellen, omdat, heel begrijpelijk, het onderwerp nog heel veel emoties oproept. Maar terecht merkte iemand op dat er voor de vele doden als gevolg van zelfmoordaanslagen in onder andere Afghanistan geen online memorials worden opgericht. Dat betekent dus dat daar waar gelden beschikbaar zijn voor het verzamelen van bronnen de geschiedenis uiteindelijk anders geschreven wordt dan waar dit niet het geval is. De hotspots waar we het in Nederland over hebben bij het waarderen en selecteren van archieven, worden zo bewust gecreëerd...
Genoeg stof nog voor discussie en dan ben ik nog niet eens ingegaan op de benaming 'digital archives'. Want kun je bij het initiatief in Boston eigenlijk wel van een archief spreken, is het niet veeleer een collectie van gegevens, afkomstig uit de persoonlijke 'archieven' van een groot aantal individuen?