zondag 23 maart 2014

NEA Spring meeting: De Boston marathon

De tweede dag van het congres van de New England Archivists volgde ik een lezing over Our Marathon: The Boston bombing digital archives. Dit is een initiatief van de Northeastern University in Boston en is bedoeld als een online memorial voor iedereen die de gevolgen van de bomaanslagen ondervindt. De website is een centrale bron waar allerlei digitaal materiaal is samengebracht. Op dit moment bevat Our Marathon meer dan 3700 verschillende digitale items, variërend van foto's, onbewerkt filmmateriaal, sms-berichten, facebookpagina's, e-mails en memes, tot scans van papieren documenten zoals brieven. Het bestand is aangevuld met inmiddels vijftig interviews, die zijn afgenomen door twee historici die gelden als oral history experts.
Het is de bedoeling dat op termijn alle materialen worden overgedragen aan de universiteitsbibliotheek, de Northeastern Library.
Bij het luisteren naar de verschillende projectmedewerkers werd ik aanvankelijk meegenomen door hun enthousiasme en grote betrokkenheid. Prachtig dat op deze bijzondere wijze de herinnering aan de schokkende gebeurtenis van 15 april 2013 wordt levend gehouden en dat bovendien een scala aan bronnen behouden blijft. Maar het initiatief heeft ook een andere kant. Door de enorme aandacht voor de Boston bombing bestaat het risico dat op termijn deze gebeurtenis een andere plaats in de geschiedenis gaat innemen dan wellicht gerechtvaardigd is. Die vraag kwam tijdens de discussie na afloop van de lezing niet aan de orde, maar toen ik deze voorzichtig toch aan Amerikaanse collega's voorlegde, bleek dat mijn zorg door een aantal van hen werd gedeeld. Zij tekenen bovendien aan dat het een universitair initiatief betreft, waar veel geld mee gemoeid is. Zij durven de vraag naar de rechtvaardiging van het project in het openbaar eigenlijk niet te stellen, omdat, heel begrijpelijk, het onderwerp nog heel veel emoties oproept. Maar terecht merkte iemand op dat er voor de vele doden als gevolg van zelfmoordaanslagen in onder andere Afghanistan geen online memorials worden opgericht. Dat betekent dus dat daar waar gelden beschikbaar zijn voor het verzamelen van bronnen de geschiedenis uiteindelijk anders geschreven wordt dan waar dit niet het geval is. De hotspots waar we het in Nederland over hebben bij het waarderen en selecteren van archieven, worden zo bewust gecreëerd...
Genoeg stof nog voor discussie en dan ben ik nog niet eens ingegaan op de benaming 'digital archives'. Want kun je bij het initiatief in Boston eigenlijk wel van een archief spreken, is het niet veeleer een collectie van gegevens, afkomstig uit de persoonlijke 'archieven' van een groot aantal individuen?

vrijdag 21 maart 2014

NEA Spring meeting, Portsmouth, New Hampshire, USA

Vandaag en morgen, 21-22 maart, wordt in Portsmouth het 40e congres gehouden van de vereniging van New England Archivists. Ik neem daaraan deel voorafgaand aan de bestuursvergadering van de sectie van beroepsverenigingen van de International Council on Archives. Ruim 300 collega's zijn naar Portsmouth  gekomen, onder wie een opvallend groot aantal archivarissen van hooguit 30, terwijl bovendien de vrouwen in de meerderheid zijn. Terwijl buiten de wind giert en de temperatuur maar nauwelijks boven nul komt, wordt hier binnen de 'spring meeting' gehouden. De keynote wordt geleverd door Ian MacKaye, leider van de punkrock band Fugazi en directeur van zijn eigen muzieklabel Dischords Records. Vanaf de oprichting van Fugazi in 1987 zorgde hij ervoor dat er van elk optreden een cassettebandopname werd gemaakt. Ook alle platen en cd's bewaarde hij, zelfs opnamen gemaakt met een dictafoon. Bovendien verzamelde hij recensies e.d. en hield hij aantekeningen bij van de concerten. Hij verklaart deze verzameldrang vanuit de behoefte om vast te leggen wat de band bereikte in de muziek, het ging hier, zo vertelde hij, om vernieuwing. Inmiddels is alles gedigitaliseerd. Een prachtige database is beschikbaar, Fugazi Live Series. Dat geheel is goed ontsloten onder meer op land, zo kom je er achter dat de band dertig keer in Nederland speelde, van Amsterdam tot Nijmegen. Bij een archivaris komt direct de vraag op: waarom alles en waarom geen selectie? Die vraag heeft MacKaye zich niet gesteld. Het publiek moet maar oordelen. Tot nu toe blijkt voor vrijwel ieder concert wel belangstelling te zijn (totaal rond de 850) en worden er kleine bedragen betaald om de concerten te downloaden. MacKaye is momenteel zelfs bezig om de waardering van de geluidsopnamen te verwijderen. Een slechte opname, zo is hem gebleken, wil nog niet zeggen dat het publiek er geen interesse voor heeft.
Ik denk dat de keuze van MacKaye een juiste is. Gegeven het feit dat de bronnen voor het bestuderen van punkrock beperkt zijn en ook omdat dit bestand uniek is in zijn volledigheid, is er veel voor te zeggen om het geheel in tact te laten en er ook in de toekomst niet op te selecteren. Gezien de omvang is dat ook mogelijk. Vraag is natuurlijk wel en die werd door MacKaye niet beantwoord, hoe wordt de digitale duurzaamheid gewaarborgd?
Het verhaal van MacKaye klonk voor archivarissen, maar eigenlijk zou het verteld moeten worden aan figuren in de popmuziek. Juist iemand als MacKaye kan deze musici overtuigen van het belang voor henzelf en voor de maatschappij van het behoud van hun erfgoed.

zaterdag 15 februari 2014

Toegangen tot overheidsarchieven desastreus?

In zijn blog van 13 februari trekt Eric Hennekam van leer tegen archiefinstellingen en tegen de overheid in het algemeen. Ten onrechte zouden er miljoenen euro's zijn gestoken in het digitaal toegankelijk maken van archieven en het scannen van die archieven. Volgens Hennekam is dit weggegooid geld omdat deze wijze van toegankelijk maken alleen maar chaos heeft gebracht, terwijl bovendien zonder enig beleid is gedigitaliseerd. Ook zou er dubbel werk zijn verricht en geen rekening zijn gehouden met de wensen van de klant. In een adem noemt Hennekam tenslotte de digitale ontwikkelingen bij de verschillende overheden, die elk met eigen, niet compatibele systemen werken.

Op Erik Hennekams conclusie valt ten aanzien van de archiefwereld het nodige af te dingen. Ik doe dit aan de hand van de ontwikkelingen bij het Gelders Archief. Daar worden al vele jaren archieven ontsloten met een applicatie die door de meeste regionaal historische centra in de provinciale hoofdsteden wordt gebruikt. De toegangen die op onze website verschijnen, zijn ook via www.archieven.nl te vinden,  samen met de toegangen van 80 andere archiefinstellingen. In het verleden werden de toegangen op archieven via de tekstverwerker geproduceerd, uitgeprint en op de studiezaal geplaatst. De tweede en derde stap slaan we al een aantal jaren over, de digitale bestanden zijn alleen via een computer of tablet te raadplegen en dus ook via internet. Hier is geen sprake van verspilling van gemeenschapsgeld, maar van een betere aanwending daarvan lijkt me.
In de studiezaal in ons oude gebouw stonden planken vol fotokopieën van doop-, trouw- en begraafboeken en een fors aantal bakken met microfilms en -fiches; via die weg stelden we onze meest geraadpleegde bestanden beschikbaar. Dat gebeurt in onze nieuwbouw niet meer: alle films en kopieën zijn gedigitaliseerd en de scans vind je op onze website (en ook via archieven.nl). Dat kostte natuurlijk geld, maar daarmee bespaarden we ruimte in onze nieuwbouw.
Het Gelders Archief presenteert de indexen op de akten van de Burgerlijke Stand maar ook die akten zelf op het internet. Kijken we daar naar de kosten, dan zijn die gering. De indexen zijn gemaakt door onze vrijwilligers, de scans om niet beschikbaar gesteld door de Mormonen. Ik zou niet terug willen naar de oude tijden van het sjouwen met tienjarentafels en dikke delen van de Burgerlijke Stand...
Onze foto- en filmcollectie wordt alleen nog in digitale vorm, via de website, beschikbaar gesteld. Daarmee zorgen we allereerst voor een goed behoud van de originelen en maken we deze bestanden waar altijd al veel vraag naar was, op een goede wijze toegankelijk. Over behoud gesproken: de adresboeken van Arnhem, bij gebrek aan een bevolkingsregister een belangrijke bron, dreigen van ellende uit elkaar te vallen. Dan is de keuze voor digitalisering snel gemaakt.
Soms digitaliseren we minder gangbare bestanden op verzoek van een specifieke groep klanten. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de alba amicorum die het Gelders Archief bezit. Daarmee ondersteunen we het onderzoek van studenten en promovendi van de Radboud Universiteit.
 Momenteel doet het Gelders Archief mee aan een landelijk project dat beoogt om de 10% meest geraadpleegde archieven die rijkseigendom zijn te digitaliseren. Opnieuw: dit kost geld, maar levert veel op voor de klant en voor ons archief. Dat laatste brengt me op een meer algemene kwestie.
Het Gelders Archief heeft de focus verlegd naar de website, naar de virtuele studiezaal. Onze klanten zijn online te vinden, daar willen we ze ook bedienen. Dat vraagt een forse investering. Maar het betekent ook een verschuiving. Het bezoekcijfer voor onze studiezaal daalt al jaren en lag vorig jaar op 2.785. Op het internet daarentegen wisten 581.600 bezoekers ons te vinden. Ik heb nog niet uitgerekend wat een fysieke bezoeker ons kost tegenover een internetbezoeker, maar dat de eerste voor ons vele malen duurder is, zal duidelijk zijn. Het web is voor ons de toekomst en daar hoort het virtueel presenteren van onze toegangen bij. Scannen van de bijbehorende originelen gebeurt dan afhankelijk van de vraag.
Natuurlijk kent het verhaal ook schaduwkanten. De wijze waarop het Gelders Archief via de website toegang biedt kan beter, daar is ons tijdens een kwaliteitsonderzoek ook op gewezen. We pakken dat in de loop van dit jaar serieus op.

Terecht wijst Erik Hennekam op het gebrek aan samenwerking. Ik sprak ooit  met een directeur van ingenieursbureau DHV. Die verbaasde zich erover dat de Nederlandse archieven niet als eenheid opereerden. Waarom niet één organisatie, met dependances door het hele land? Dat zou tot een flinke efficiency kunnen leiden. Maar het is inherent aan de bestuurlijke inrichting van ons land dat iedere overheid en overheidslaag eigen keuzen kan maken. Dat is een groot goed, al remt het als het om archieven gaat een efficiënt samen optrekken. Gelukkig zijn er positieve ontwikkelingen. Zo wordt in het convenant dat Rijk en decentrale overheden ten aanzien van archieven hebben afgesloten het belang van een gemeenschappelijke toegang tot archieven nadrukkelijk benoemd en dat niet alleen, er wordt anno 2014 daadwerkelijk aan gewerkt in het programma Archief 2020. Laten we overigens niet vergeten dat via www.archieven.nl die gemeenschappelijkheid er voor de meeste instellingen al is. Tenslotte, het landelijke digitale archiefdepot dat met enkele jaren wordt gerealiseerd, zal tot een flinke efficiency leiden. De deelnemende overheden - en dat zullen er veel zijn - moeten om hun archieven in het e-depot onder te brengen, aan dezelfde standaarden voldoen. Geen uitvinden dus van het wiel meer per overheid meer. Bovendien, als we erin slagen om afgesloten dossiers direct in het e-depot onder te brengen en niet pas na de huidige 20 jaar, dan komt dit de eenvormigheid nog sterker ten goede.

Digitale toegang weggegooid geld zoals Erik Hennekam stelt? Bij het Gelders Archief zie ik het niet en ons verhaal kan ongetwijfeld voor veel collega-instellingen worden gehouden. Gebrek aan samenwerking? Daar valt nog wel een wereld te winnen, maar ik ben daarover positief!

maandag 25 november 2013

Jaarcongres International Council on Archives 2013

Afgelopen woensdag 20 november arriveerde ik in Brussel voor de eerste van een serie vergaderingen met de ICA. Voor een deel is dat noodzakelijk kwaad, het regelen van formele zaken, voor een ander deel is dat inspirerend. Dan denk ik vooral aan de vergaderingen van de Section on Associations SPA, die ik zelf mag voorzitten. Binnen de ICA als geheel blijft toekomst in een tijd van crisis een hoofdonderwerp. Hoe behoud je leden die voortdurend te maken hebben met budgetverlagingen? Het aantal verenigingen dat verbonden is met SPA is gelukkig stabiel gebleven. Belangrijk onderwerp in onze sectie was en is de promotie van het beroep en meer nog, hoe zorg je voor een goede lobby. Onze Catalaanse collega's blijken dan flink aan de weg te timmeren. Hun vereniging heeft bereikt dat het parlement van Catalonië zich schaarde achter de Universele Verklaring over Archieven. In vervolg daarop wordt nu campagne gevoerd onder alle Catalaanse gemeenten. Maar daarmee is nog niet genoeg bereikt: het gaat het er nu om er op te wijzen wat het onderschrijven van de verklaring in de praktijk betekent! De Franse vereniging heeft goede resultaten geboekt met de petitie die uitstel vraagt van de behandeling van de EU Data Protection Regulation; die werd door meer dan 51.000 mensen uit Europa maar ook ver daarbuiten ondertekend. Er is momenteel uitstel tot 2015. Dat is denk ik vooral een gevolg van andere factoren, maar een feit is dat zowel in Frankrijk als in andere landen archivarissen de weg hebben gevonden in de richting van de (Europese) politiek en daarbij bovendien over de grenzen hebben samengewerkt. Vrijdagavond werd het eindresultaat van de petitie gepresenteerd in het Stadsarchief van Brussel. Dat gebeurde op een prachtige plek, midden in een depot waar we heel toepasselijk omringd werden door de folianten van de Burgerlijke Stand. Het oude papier geurde evenals de koffie en het was er heel behaaglijk. Het tegenovergestelde van de condities die je voor archief wenst, maar wel een romantische sfeer!

Het ICA jaarcongres dat in het weekend 23-24 november op de vergaderingen volgde, was alleen al gezien het aantal deelnemers, ruim 500, een succes. Inhoudelijk was niet alles even interessant, maar dat geldt voor ieder congres. Enkele keynote speakers waren vooral met open deuren bezig. Oproepen als: zorg dat je aan tafel zit, richt je naar buiten en vindt de weg naar de politiek kennen we al langer. Interessanter is, hoe pak je dat aan, maar daarover hoorden we van hen te weinig.
Boeiend  vond ik een sessie over de betrokkenheid van het publiek bij het realiseren van toegang tot informatie. De Britse journalist David Clarke vertelde ons hoe dankzij sterke druk van het Britse publiek de vele dossiers over UFO's die zijn gevormd tijdens de Koude Oorlog behouden zijn gebleven en openbaar zijn gemaakt, terwijl vernietiging de bedoeling was. Sterker nog, deze dossiers kregen bij de selectie dezelfde speciale behandeling als de bescheiden van het het koninklijk huis! Het verhaal van Clarke deed me denken aan de Nederlandse hulpkaarten van het kadaster, die zijn gesubstitueerd en eigenlijk vernietigd moeten worden, maar door diezelfde druk nu waarschijnlijk behouden blijven. Soms weet het publiek zelfs de overbrenging van archieven te bevorderen. Dat overkwam het Britse ministerie van defensie, dat niet op tijd was met de voorgeschreven overbrenging en na koppen in de krant nu onder druk staat om actie te ondernemen. Al met al is het heel zinnig om onderzoekers en bredere publiek te betrekken bij beslissing rond selectie en vernietiging.

Sangmin Lee, lid van het SPA steering committee en o.m. adviseur van de stad Seoel, zette uiteen hoe Seoel momenteel keihard werkt aan het realiseren van open data. Sleutelfiguur daarin is burgemeester Park Won-soon. Vele miljoenen records en databestanden met betrekking tot het handelen van de overheid zijn inmiddels online te raadplegen en kunnen worden hergebruikt. Probleem is dat het digitale depot dat dit alles moet ondersteunen, nog niet gereed is. Dat brengt me op de presentatie van Malcolm Todd (National Archives, UK), die terecht op een later moment werd aangehaald door ICA-president Martin Berendse. Todd wees er op dat naast de traditionele lijn van beschikbaar stellen van overheidsdata aan het publiek via de archivaris (na overbrenging) tegenwoordig nog andere lijnen richting publiek onderscheiden moeten worden. Allereerst gaat het dan om het beschikbaar stellen van bestanden door de overheden zelf via hun websites; ik zie dat als een verdere uitbouw van de voorlichtingsfunctie. Daarnaast gaat het om het beschikbaarstellen door diezelfde overheden van hun data als 'open data'. Als vierde stroom noemde hij 'big data', waarbij overheidsgegevens in groten getale voor het publiek beschikbaar komen en worden hergebruikt. Grote vraag is: welke rol heeft de archivaris in dit verhaal? Daar ligt een enorme uitdaging! Ik denk dat we die moeten oppakken door zo spoedig mogelijk het e-depot te 





realiseren en dan niet alleen voor de op termijn te bewaren digitale data, maar ook voor alles wat te zijner tijd vernietigbaar is. Zo bieden we een goed kader voor het geheel van de overheidsinformatie. Onder dat geheel reken ik nadrukkelijk ook de licenties die bij open data horen, die zijn onlosmakelijk verbonden met de data die zij 'open' maken.

Tijdens een sessie over openbaarheid hoorde ik tot mijn verbazing dat het Franse openbaarheidsregime veel strenger is dan bij ons. Wat mij vooral opviel was het belang dat men hecht aan de 'mémoire des morts'. Ook overledenen hebben dus nog recht op privacy. Zo kon het gebeuren dat het Franse Nationaal Archief pas na stevig onderhandelen met het Franse college bescherming persoonsgegevens CNIL toestemming kreeg om de gegevens online te plaatsen van soldaten die vochten in de Eerste Wereldoorlog. En dan is het nog steeds mogelijk dat op last van nabestaanden gegevens van het net worden gehaald!
Het was een vruchtbaar congres, waarbij in mijn oren een aangehaalde uitspraak van Rufus Pollock naklinkt: the coolest thing thing to do with your data will be thought of by someone else!

vrijdag 27 september 2013

83. Deutscher Archivtag

Van 25-27 september was ik de gast van de Duitse zustervereniging van archivarissen tijdens de Deutscher Archivtag, met dit jaar als thema Archive ohne Grenzen. Erschliessung und Zugang im europaïschen und internationalen Kontext. Traditiegetrouw begon die op woensdag met een boeiende uitwisseling tussen de buitenlandse deelnemers. Daaronder was ook de voorzitter van de Russische beroepsvereniging, die enthousiast vertelde over de congressen die zij organiseren en die de aanwezigen naar Moskou uitnodigde. Niet aan de orde kwam wat mij later door Duitse collega's werd verteld over archivaris Alexander Dudarjev, de directeur van het Documentatiecentrum van de oblast Archangelsk. Hij heeft vanaf december 2011 een jaar lang gevangen gezeten omdat hij in 2008 meewerkte aan een onderzoek naar de deportatie van Wolga Duitsers, een onderzoek dat mede in opdracht van het Duitse Rode Kruis werd ondernomen. De beschuldiging luidde handelen tegen de dataprotectie regelgeving en het schenden van de privacy van de betrokkenen (!). Helaas is onze Russische collega al spoedig weer naar Moskou afgereisd; ik had graag zijn mening vernomen.

De keynote spreker tijdens de opening was de Ethiopische keizerlijke prins Asfa-Wossen Asserate. Hij wees er op dat de Westerse cultuur de eeuwen door beïnvloed is door andere culturen; wat nu als westers beschaafd geldt, was dat ooit niet. Je daarvan bewust zijn bevordert de integratie. Archieven, zo zei hij, spelen daarbij een belangrijke rol. Deze prins is een begaafd spreker; ook al bracht hij mij niets nieuws, toch werkte zijn betoog inspirerend.

Donderdag werd de dag geopend met lezingen over de archieven van de Volkenbond in Genève en van de EU in Florence. Jammer dat we niet veel meer vernamen dan dat wat op de betreffende websites ook  te lezen is. Het verhaal van de directeur van het Landesarchiv Saarbrücken was interessanter. Hij wees er op dat onderzoek naar de recente geschiedenis van het Saargebied lastig is. De bronnen liggen in Genève bij de VN (archieven van de Volkenbond, dat het gebied van 1920-1935 bestuurde), in het Nationaal Archief in Luxemburg (archieven van de Westeuropese Unie, dat de hereniging in 1957 na jaren Frans bestuur met Duitsland regelde), maar ook in Berlijn, Parijs en in het huidige Saarland zelf.

De meeste lezingen die ik bijwoonde over archiefprojecten waren inhoudelijk historisch van aard. Heel interessant, maar graag hoorde ik het achterliggende verhaal. In Weimar bijvoorbeeld is door samenwerking van verschillende instellingen, zoals het Hauptstaatsarchiv, de Anna Amalia Bibliothek en de Hochschule für Musik Franz Liszt een compleet en gedetailleerd overzicht tot stand gekomen van alle voorstellingen in het Hoftheater. Graag had ik vernomen hoe de financiering tot stand kwam, hoe de verschillende disciplines het eens werden over de inrichting van de databases en wat men van open data vindt, maar daar was eigenlijk geen ruimte voor.
Het congres van dit jaar bood een boeiend zicht op de ontwikkelingen in het Duitse archiefveld. Maar innovatieve ideeën bracht ik niet mee naar huis! Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat er geen vernieuwing is bij onze oosterburen. Het congres werkte voor mij vooral bevestigend: we zijn in ons land, in Gelderland en Arnhem op het goede spoor met digitalisering, e-depot en samenwerking. En die bevestiging is heel stimulerend!


zondag 7 juli 2013

Hoe open moeten genealogische data zijn?

Deze dagen bracht Coret Genealogie naar buiten dat wordt gewerkt aan een Chrome-extensie op WieWasWie, PlusGenealogie. Daarop blokkeerde WieWasWie die extensie omdat het eigen businessmodel in gevaar zou worden gebracht. Als WieWasWie zichzelf moet bedruipen, dan zit er niet veel anders op dan deze keuze te maken. Maar hoe verhoudt die keuze zich tot het beleid van open data dat de overheid hanteert?
Strikt genomen is WieWasWie natuurlijk niet de overheid, maar de deelnemende instellingen zijn dat wèl. Voor het Gelders Archief hebben we de keuze gemaakt voor de virtuele studiezaal. We willen ons publiek zoveel mogelijk via onze website bedienen. Dat betekent dat als het om genealogische gegevens gaat,we bijvoorbeeld de indexen op de Burgerlijke Stand en op de doop-, trouw- en begraafboeken (DTB's) met scans van de afbeeldingen via het web ter inzage geven. Alle microfiches en alle fotokopieën van stukken die in ons oude gebouw op de studiezaal stonden, zijn gedigitaliseerd en zullen stap voor stap op de website verschijnen. Een aparte zaal genealogische bronnen ontbreekt dan ook in ons nieuwe gebouw. Dat is onderdeel van onze verschuiving van fysiek naar virtueel. We zetten mensen en middelen in toenemende mate daar voor in. Deelname aan WieWasWie en het maken van kosten daarvoor, past in dit beleid. Op de lange termijn is onze website onze studiezaal en de plek bij uitstek waar we conform de Archiefwet inzage in de archieven geven. De archieven met de bijbehorende toegangen zijn daar vrij ter inzage. Iedereen die onze data wil gebruiken mag dat doen: bouw er app's mee, benut de data in eigen databases voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is zoals we open data interpreteren. Het Gelders Archief biedt het basismateriaal aan, anderen kunnen ermee aan de slag gaan. Het Gelders Archief hoeft daaraan niet te verdienen. Wel is belangrijk dat context en herkomst helder blijven. Ik hoop dat we dit ook met de deelnemers van WieWasWie kunnen afspreken. Iets anders is overigens het aan derden overlaten van het virtueel presenteren van je bronnen, zeker als die derden daar geld voor vragen. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Ancestry.com. Dan voldoen we, als we onze website als onze studiezaal beschouwen, niet meer aan de wettelijke eis van toegankelijkheid voor iedereen.
Tenslotte: terugkomend op Coret Genealogie: jammer dat er geen overleg heeft plaats gevonden. Dan was er wellicht niet geblokkeerd.

woensdag 19 juni 2013

Hongaars Archiefcongres (2): archieven van de veiligheidsdienst

Aansluitend op het Hongaarse archiefcongres was ik in de gelegenheid om een bezoek te brengen aan het Historisch Archief van de opeenvolgende Hongaarse veiligheidsdiensten (ÁBTL) in Boedapest. Ik werd rondgeleid door de adjunct-directeur, Gergö Bendagúz Cseh. Dit in 1995 opgerichte archief bestrijkt de periode van het communisme (1944-1990). Archieven van de veiligheidsdienst die sindsdien zijn gevormd, worden te zijner tijd overgedragen aan het Nationaal Archief, maar deze bestanden niet. Het Historisch Archief is geen verantwoording verschuldigd aan de regering maar aan de voorzitter van het parlement. Het is gevestigd in een prachtig gebouw dat ooit aan een adellijke familie behoorde. Het heeft dan ook aristocratische allures; de balzaal doet tegenwoordig dienst voor lezingen. Het archief meet 4 strekkende kilometer. Het is niet in zijn geheel bewaard gebleven. In 1956 is eerst door de revolutionairen en direct daarna door het regiem Kadar veel vernietigd. In 1988 en 1989, in de aanloop naar de omwenteling, werd opnieuw geschoond, maar met beperkt succes. Het archief bevat de dossiers met rapportages van de geheim agenten, op agent gerangschikt, de "personeelsdossiers" van deze agenten, dossiers betreffende figuren die door het regiem werden gevolgd en stukken betreffende het functioneren van de verschillende diensten. Het archief met rapportages telt 200.000 dossiers. Ik kreeg er daarvan enkele te zien. Deze bevatten allerhande verslagen, zoals bijvoorbeeld van ontmoetingen van studenten en de visies die daar werden uitgewisseld, of van gesprekken die door arbeiders in fabrieken werden gevoerd. Inmiddels is 10 procent van deze dossiers op de namen die er in voorkomen ontsloten en de database bevat momenteel ongeveer 750.000 namen. Het gaat nog jaren duren voor dit werk voltooid zal zijn. Maar aangezien voorrang is gegeven aan perioden en gebeurtenissen waarvoor veel belangstelling is, voelt het voor het publiek veel positiever. De dossiers over de geheime agenten dragen op het omslag de naam en schuilnaam van de agent. Zij zijn van groot belang om te kunnen aantonen of iemand voor de veiligheidsdienst werkte. Alleen als het dossier een door betrokkene zelf geschreven en ondertekende verklaring bevat van instemming om als agent op te treden, dan is er voor een rechter vaststaand bewijs. Indirect bewijs, zoals vermeldingen in andere bronnen, hebben geen waarde. Bij gevolg zijn historici en journalisten nogal eens veroordeeld tot betaling van smartengeld omdat zij zich niet op een dergelijke verklaring konden baseren. Momenteel werkt het archief aan het digitaliseren van de stukken; 2 miljoen scans zijn al gemaakt. Deze zomer worden die gekoppeld aan de database en beschikbaar gesteld aan het publiek op de studiezaal. In de toekomst zal online toegang volgen, natuurlijk met grote aandacht voor de privacy. Het historisch archief is niet zonder meer toegankelijk. Personen die in de dossiers voorkomen en hun naaste familie hebben recht op kosteloze kopieën van stukken, met dien verstande dat namen van anderen onleesbaar worden gemaakt. Wetenschappelijke onderzoekers mogen onder voorwaarden de originelen raadplegen. Directeur Gergö is er bijzonder over te spreken dat het voornemen van de regering om stukken uit de dossiers te overhandigen aan de betrokkenen, niet doorgaat. Pressie van de Hongaarse vereniging van archivarissen en van collega's in het buitenland heeft daar mogelijk toe geleid, maar mogelijk spelen andere redenen zo vertelde hij. Het historisch archief heeft veel contacten met collega-archieven elders in Oost Europa, zoals met het STASI archief. De ontmoetingen in Hongarije waren boeiend, maar het bezoek aan dit archief maakte op mij de meeste indruk!