Afgelopen zondag bezochten we met het ICA SPA-bestuur in Erfurt het terrein van de Topf fabriek. Daarvan bestaat alleen nog het kantoorgebouw. De machinefabriek Topf & Söhne werd in 1878 opgericht. Een van de specialiteiten was het produceren van vuilverbrandingsovens en van ovens voor crematoria. Hoewel de firma Topf weinig op had met de nazi's, traden de beide directeuren in 1933 toch toe tot de NSDAP, om op die manier het familiebedrijf te redden. Dit legde hen geen windeieren, de omzet en winst stegen vanaf dat moment fors. Vanaf 1939 richtte Topf voor de SS in de concentratiekampen crematoria in, te beginnen in Buchenwald. De firma produceerde daarvoor ovens, die het mogelijk maakten grote aantallen lijken in korte tijd te verbranden. Gedurende de oorlog werden op eigen initiatief van Topf deze ovens voortdurend "verbeterd". De medewerking die Topf gaf aan de nazi's was volkomen vrijwillig en leverde financieel niet al te veel op, hooguit 3 procent van de omzet was eraan gerelateerd.
Het voormalige Topf-kantoor is sinds 2011 ingericht als gedenkplaats. Daar wordt niet alleen ingegaan op de zwarte geschiedenis van Topf, maar via congressen, lezingen en bijzondere exposities wordt ook de aandacht gevestigd op ethisch kwesties waar bedrijven heden ten dage nog steeds mee te maken krijgen. In zijn opzet is dit museum uniek in Europa.
Het museum had zonder archieven niet kunnen bestaan. Het bedrijfsarchief van Topf was volkomen in de vergetelheid geraakt totdat het in 1993 in handen kwam van de Fransman Pressac, die de gedachte aanhing dat de holocaust een leugen was. Aan de hand van dit archief dacht hij zijn gelijk te kunnen bewijzen. Maar het tegendeel gebeurde, door kennis te nemen van het bedrijfsarchief, veranderde hij volledig van gedachten. Direct na zijn dood in 2003 lukte het Bernhard Post, onze gastheer en directeur van het Thüringisches Hauptstaatsarchiv in Weimar, om het Topfarchief in handen te krijgen. Zo kon het de basis worden voor de tentoonstelling op het oude fabrieksterrein.
dinsdag 27 maart 2012
zondag 25 maart 2012
Buchenwald en het belang van archieven
Vrijdag 23 maart ben ik afgereisd naar Weimar. Daar vergadert het bestuur van de sectie beroepsverenigingen van de International Council om Archives de komende week. Diezelfde avond bood Bernhard Post, directeur van het Thüringisches Hauptstaatsarchiv een kijkje in zijn archief. Indrukwekkend om kampregistratie van Buchenwald in handen te houden, even later een handschrift van Maarten Luther te zien en in een volgend depot het Bauhaus manifest met de handtekening van Gropius voorgeschoteld te krijgen. En dan heb ik het nog niet over de dossiers van de Oostduitse Volkspolizei met gegevens over vluchtelingen naar het westen. Bij alle digitalisering moeten we ruimte laten voor het beleven van de geschiedenis aan de hand van originelen, dat is me wel weer helemaal duidelijk!
Zaterdag nam onze Duitse collega ons mee naar de Wartburg, de plaats waar Luther in 1521 onderdook en de bijbel in het Duits vertaalde, maar ook de plaats waar de heilige Elisabeth van Thüringen verbleef, een naam die aan menige Nederlandse zorginstelling is verbonden.
's Middags togen we naar Buchenwald. De betekenis van archieven is voor deze gedenkplaats enorm. Die maken het mogelijk om gedetailleerd kennis te nemen van de donkere geschiedenis van deze plek. Archieven worden in Buchenwald nauwelijks bewaard, het archief van de gedenkplaats daargelaten. Wel is een uitgebreide collectie opgebouwd van persoonlijke getuigenissen en van films die zijn gemaakt van originelen elders. Heel heftig vond ik het om het crematorium binnen te gaan, de plaats waar duizenden lijken van nazi-slachtoffers werden verbrand. Onvoorstelbaar dat daar direct tegenover de kampdierentuin lag, bedoeld voor het Buchenwald personeel, dat bij de dieren al dan niet met hun kinderen ontspanning zocht. Uit de archieven blijkt dat de kampcommandant de zorg voor de dieren belangrijker vond, dan die voor de gevangenen. Uit diezelfde administratie komt naar voren dat aan voedsel voor de honden vijf keer meer werd uitgegeven dan aan het voeden van gevangenen... Tijdens onze rondleiding scheen de zon overvloedig en zongen de vogels. Ik vond dat een contrast met de werkelijkheid van toen, waarop onze begeleidster opmerkte, dacht u dat destijds de zon niet scheen, en de vogels ophielden met fluiten?
Zaterdag nam onze Duitse collega ons mee naar de Wartburg, de plaats waar Luther in 1521 onderdook en de bijbel in het Duits vertaalde, maar ook de plaats waar de heilige Elisabeth van Thüringen verbleef, een naam die aan menige Nederlandse zorginstelling is verbonden.
's Middags togen we naar Buchenwald. De betekenis van archieven is voor deze gedenkplaats enorm. Die maken het mogelijk om gedetailleerd kennis te nemen van de donkere geschiedenis van deze plek. Archieven worden in Buchenwald nauwelijks bewaard, het archief van de gedenkplaats daargelaten. Wel is een uitgebreide collectie opgebouwd van persoonlijke getuigenissen en van films die zijn gemaakt van originelen elders. Heel heftig vond ik het om het crematorium binnen te gaan, de plaats waar duizenden lijken van nazi-slachtoffers werden verbrand. Onvoorstelbaar dat daar direct tegenover de kampdierentuin lag, bedoeld voor het Buchenwald personeel, dat bij de dieren al dan niet met hun kinderen ontspanning zocht. Uit de archieven blijkt dat de kampcommandant de zorg voor de dieren belangrijker vond, dan die voor de gevangenen. Uit diezelfde administratie komt naar voren dat aan voedsel voor de honden vijf keer meer werd uitgegeven dan aan het voeden van gevangenen... Tijdens onze rondleiding scheen de zon overvloedig en zongen de vogels. Ik vond dat een contrast met de werkelijkheid van toen, waarop onze begeleidster opmerkte, dacht u dat destijds de zon niet scheen, en de vogels ophielden met fluiten?
woensdag 15 februari 2012
Nieuwbouw Gelders Archief vordert!
Vorig jaar, op 11 november, startte de bouw van het nieuwe Gelders Archief aan de Westervoortsedijk in Arnhem. Inmiddels is begonnen met de vloer van de eerste verdieping. De bouw ligt goed op schema!
Vandaag bracht een delegatie van het Archief een bezoek aan de fabrikant van onze stellingen, BOMEFA in Kampen. Het was boeiend om te zien hoe uit een rol staal heuse stellingplanken worden gefabriceerd en vervolgens van de juiste kleur worden voorzien. Voor een deel is dat een geautomatiseerd proces, maar het is óók een proces dat om vakkundigheid vraagt.
Dit bezoek drukte mij met de neus op de feiten: we werken hard aan de realisering van een virtueel archief om onze internetbezoekers van dienst te zijn, maar daarnaast zullen er altijd vele kilometers papier blijven, die goed beheerd moeten worden.
Mensen van buiten ons vakgebied merken nogal eens op: dat archief van jou is zeker al helemaal digitaal, is zo'n groot nieuw depot eigenlijk wel nodig? Ze hebben geen weet van de enorme hoeveelheden papier bij ons en bij collega's elders die de komende jaren geen scanner zullen zien! Het is onbetaalbaar om volledig digitaal te gaan en bovendien: het papier dat we beheren, biedt voor alsnog een betere garantie voor duurzaamheid dan een e-depot. Uitgangspunt voor een goede online aanwezigheid van het Gelders Archief is voor mij de traditionele archiefbewaarplaats met zijn kilometers papieren archiefbescheiden. Maar, die moet dan wèl gekoppeld zijn aan goede procedures voor digitalisering, met aandacht voor de klantvraag. Als we dat niet goed regelen, dan beschikken we tegen het einde van dit jaar over een ultramoderne archiefbewaarplaats, maar dan raken de stukken die er liggen in de loop van de jaren in de vergetelheid. Want hoe trots ik ook ben op ons nieuwe gebouw, slechts 1 op de 31 bezoeken wordt anno 2012 nog in Arnhem afgelegd, de 30 andere bereiken ons alleen via de digitale snelweg!
Vandaag bracht een delegatie van het Archief een bezoek aan de fabrikant van onze stellingen, BOMEFA in Kampen. Het was boeiend om te zien hoe uit een rol staal heuse stellingplanken worden gefabriceerd en vervolgens van de juiste kleur worden voorzien. Voor een deel is dat een geautomatiseerd proces, maar het is óók een proces dat om vakkundigheid vraagt.
Dit bezoek drukte mij met de neus op de feiten: we werken hard aan de realisering van een virtueel archief om onze internetbezoekers van dienst te zijn, maar daarnaast zullen er altijd vele kilometers papier blijven, die goed beheerd moeten worden.
Mensen van buiten ons vakgebied merken nogal eens op: dat archief van jou is zeker al helemaal digitaal, is zo'n groot nieuw depot eigenlijk wel nodig? Ze hebben geen weet van de enorme hoeveelheden papier bij ons en bij collega's elders die de komende jaren geen scanner zullen zien! Het is onbetaalbaar om volledig digitaal te gaan en bovendien: het papier dat we beheren, biedt voor alsnog een betere garantie voor duurzaamheid dan een e-depot. Uitgangspunt voor een goede online aanwezigheid van het Gelders Archief is voor mij de traditionele archiefbewaarplaats met zijn kilometers papieren archiefbescheiden. Maar, die moet dan wèl gekoppeld zijn aan goede procedures voor digitalisering, met aandacht voor de klantvraag. Als we dat niet goed regelen, dan beschikken we tegen het einde van dit jaar over een ultramoderne archiefbewaarplaats, maar dan raken de stukken die er liggen in de loop van de jaren in de vergetelheid. Want hoe trots ik ook ben op ons nieuwe gebouw, slechts 1 op de 31 bezoeken wordt anno 2012 nog in Arnhem afgelegd, de 30 andere bereiken ons alleen via de digitale snelweg!
dinsdag 24 januari 2012
NCDD Symposium Bouw een huis voor ons digitale geheugen
Vandaag bezocht ik een bijeenkomst van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid. Daarin zijn verenigd Nationaal Archief, Beeld en Geluid, DANS, KB en een bundeling van het culturele erfgoedveld. De NCDD streeft naar lange termijn toegangelijkheid van digitale objecten. Ik reisde af naar Den Haag om weer eens over de grenzen van het vakgebied heen te kijken en te zien wat er elders in de erfgoedwereld gebeurt op weg naar digitale duurzaamheid. De bijeenkomst viel mij tegen, maar dat zal aan mijn verwachting hebben gelegen; ik had inspirerende nieuwe ideeën verwacht, maar het was vooral het op een rijtje zetten van wat ik al weet. Het symposium had nu voor mij de functie van een bevestiging dat we op de goede weg te zijn met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk e-depot door de Regionaal Historische Centra en het Nationaal Archief. Op veel vragen die vandaag aan de orde kwamen zijn wij al bezig de antwoorden te formuleren en dat niet alleen, binnen afzienbare tijd kunnen we ook echt aan de slag met het digitale depot. Bovendien, en dan denk ik aan de nieuwbouw van het Gelders Archief, zijn we in Arnhem straks ook goed geoutilleerd om een provinciale variant van dit depot te laten werken. Ik zou heel graag in 2013 zowel de deuren van ons fysieke depot openen als die van ons e-depot... maar of dit lukt... Hard nodig is dat wèl, want de eerste digital born documenten bereiken ons op dit moment van couturiers die in het kader van het project Modekern Arnhem ook hun digitale ontwerpen met bijbehorende applicatie willen overdragen.
Terug naar het landelijke initiatief. In 2010 ondertekende de archiefsector in het kader van de NCDD de Archief Coalitie Digitale Duurzaamheid, met als doel de totstandkoming van gemeenschappelijke e-depotvoorzieningen. Dan moet er nog wel iets gebeuren, want op dit moment gaan Rotterdam, Amsterdam en en RHC's/NA zover ik kan zien nog hun eigen weg, en dat was niet wat we voor ogen hadden toen we in 2010 onze handtekeningen zetten! En dat is pas het archiefveld. Voor de hele breedte van de Nationale Coalitie is er nog een veel langere weg te gaan. Maar dat die gegaan moet worden, staat voor mij vast, alleen dan kan de hoogste efficiency en kwaliteit worden bereikt. Goed dus dat de NCDD er is.
vrijdag 16 december 2011
De kracht van cultuur en media
Gisteren nam Judith van Kranendonk afscheid als directeur-generaal Cultuur en Media bij OCW. Dat gebeurde met een symposium: De kracht van cultuur en media. In haar opening wees Judith er op dat cultuur voor iedereen bedoeld is en niet alleen voor een elite. Dit werd beaamd door spreker Emilie Gordenker, directeur van het Mauritshuis. Zulke uitspraken staan op enigszins gespannen voet met het huidige regeringsbeleid, dat ertoe leidt dat de deelname aan cultuur zal verminderen: kaartjes worden voor veel mensen te duur, cursussen zijn niet meer betaalbaar. Onze archieven blijven gelukkig onverminderd vrij toegankelijk, de Archiefwet staat daar borg voor. Onze bezoekers kunnen van de bronnen die wij beheren zonder kosten gebruik maken en wel zo dikwijls als zij dat willen. Openingstijden perken dit in, maar het internet biedt de ultieme mogelijkheid tot 24/7 raadpleging, al besef ik dat de optimale virtuele studiezaal er nog niet is.
Spreker Paul Schnabel (Sociaal Cultureel Planbureau) bracht naar voren dat het leuk is om het mecenaat te bevorderen maar dat dit hooguit kan zorgen voor het toefje slagroom op de taart. Zonder overheid, geen cultuur, anders gezegd: het vorstelijk mecenaat is via de democratisering het mecenaat van ons allen, van de overheid geworden. In de archiefsector geldt dit bij uitstek. Een onafhankelijke positie is noodzakelijk uit oogpunt van onze functie ten aanzien van democratie en transparant overheidshandelen, alleen voor projecten in de marge daarvan is sponsoring mogelijk.
Henk Hagoort, voorzitter van de raad van bestuur van de Publieke Omroep wees erop dat de jeugd in de leeftijd 13 tot 20 jaar 113 minuten per dag tv kijkt, even zoveel minuten radio luistert, maar het internet dagelijks 128 minuten gebruikt. Voor hem is het dan ook de grootste uitdaging voor de omroep om zich een positie te verwerven op het web en een vaste plek te krijgen op de tablets. Hij is daar optimistisch over, gezien de enorme belangstelling voor videobeeld. Vertaald naar onze context: een app van DNA (De Nederlandse Archieven) op de meeste ipads en andere tablets, daar zullen we voor moeten gaan. Vaart maken dus met de gemeenschappelijke toegang tot de archiefcollectie Nederland, zoals Halbe Zijlstra voorstaat!
donderdag 8 december 2011
Crowd sourcing
Gisteren de conferentie DISH 2011 in Rotterdam bezocht. Beduidend minder deelnemers dan verwacht, de crisis slaat toe! De conferentie bood verschillende interessante onderwerpen. Een van de keynotespeakers, Amber Case, bekeek de mens in de virtuele wereld vanuit antropologisch oogpunt. Hoe verandert ons gedrag door het gebruik van internet, mobiele telefoon, de social media enz. Al luisterend naar haar betoog realiseerde ik mij dat ik nog erg in oude media denk en handel. Een e-book wil ik graag lezen als een gewoon boek qua opmaak en met het omslaan van pagina's. Ik bel liever met toetsen dan door mijn telefoon toe te spreken. Mijn gedrag is dus maar ten deel veranderd door het internet. Maar de jongeren van nu staan heel anders in de virtuele wereld en hoe de baby's en kleuters van vandaag straks met de moderne media omgaan is niet te voorspellen. Toch moet een archiefinstelling daar op proberen in te spelen. Zoals gespreksleider Chris Batt ons voorhield: we moeten zoals de dolfijn op zee de enorme golf voor blijven, ook al lopen we daarbij risico's!
's Middags koos ik voor de workshop crowd sourcing. Interessant was het om te vernemen hoe bij Huis van Alijn in Gent in korte tijd duizend foto's door de "crowd" zijn getagd. Bij Christchurch Art Gallery speelt een ander initiatief. Dit Nieuw-Zeelandse museum heeft een groot aantal topografische schilderijen in de collectie waarvan de weergegeven locatie onbekend was. Dankzij de crowd zijn deze nu merendeels beschreven.
Ik zie voor ons in Arnhem verschillende mogelijkheden, van taggen van foto's tot het online indiceren van akten. Met het transcriberen van teksten van middeleeuwse en 16e-eeuwse teksten zijn we heel voorzichtig begonnen. Waar dit toe zou kunnen leiden als we er volmondig voor zouden kiezen, liet in Rotterdam het Britse Transcribe Bentham zien. Dit project heeft in heel korte tijd veel transcripties tot stand gebracht en de bijbehorende website is een bezoek waard.
In de nieuwbouw van het Gelders Archief is rekening gehouden met werkruimte voor een fors aantal vrijwilligers. Op die wijze, gewoon fysiek, bij ons in huis, blijven we zeker werken. Maar het is goed om ook klaar te zijn voor diegenen die op afstand een bijdrage willen leveren aan het ontsluiten van onze bronnen. Ook hier dus uitdagingen genoeg!
's Middags koos ik voor de workshop crowd sourcing. Interessant was het om te vernemen hoe bij Huis van Alijn in Gent in korte tijd duizend foto's door de "crowd" zijn getagd. Bij Christchurch Art Gallery speelt een ander initiatief. Dit Nieuw-Zeelandse museum heeft een groot aantal topografische schilderijen in de collectie waarvan de weergegeven locatie onbekend was. Dankzij de crowd zijn deze nu merendeels beschreven.
Ik zie voor ons in Arnhem verschillende mogelijkheden, van taggen van foto's tot het online indiceren van akten. Met het transcriberen van teksten van middeleeuwse en 16e-eeuwse teksten zijn we heel voorzichtig begonnen. Waar dit toe zou kunnen leiden als we er volmondig voor zouden kiezen, liet in Rotterdam het Britse Transcribe Bentham zien. Dit project heeft in heel korte tijd veel transcripties tot stand gebracht en de bijbehorende website is een bezoek waard.
In de nieuwbouw van het Gelders Archief is rekening gehouden met werkruimte voor een fors aantal vrijwilligers. Op die wijze, gewoon fysiek, bij ons in huis, blijven we zeker werken. Maar het is goed om ook klaar te zijn voor diegenen die op afstand een bijdrage willen leveren aan het ontsluiten van onze bronnen. Ook hier dus uitdagingen genoeg!
vrijdag 2 december 2011
Creatieve industrie en archieven
De regering heeft de creatieve industrie aangewezen als een van de topsectoren van de Nederlandse economie en er een "topteam" voor benoemd, bestaande uit een wetenschapper (Valerie Frissen), een topambtenaar (Judith van Kranendonk), een "innovatieve MKB-er" (Yuri van der Geest) en Victor van der Chijs (OMA), als boegbeeld en voorzitter. Ambitieuze doelstelling is om Nederland in 2020 de meest creatieve economie van Europa te laten zijn. Om daar te komen, is netwerkorganisatie CLICK in het leven geroepen, die de krachten van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden moet bundelen. Binnen CLICK zijn verschillende "netwerktafels" actief, die elk een innovatieagenda moeten opstellen. Onderwerpen op die agenda zullen worden uitgevoerd met publiek-private samenwerking en financiering. Een van deze netwerktafels is "Next Fashion", bedoeld voor innovatie in de modesector. Bij dit modenetwerk is het Gelders Archief betrokken, als een van de dragers van Modekern Arnhem, dat de Nederlandse modearchieven wil veilig stellen. Ik nam daarom vandaag deel aan een startbijeenkomst voor alle netwerken in de Jaarbeurs in Utrecht. Ik heb daar ingebracht dat het voor innovatie van de modesector essentieel is om kennis te kunnen nemen van het eigen erfgoed en dan in het bijzonder van de design-archieven. De archiefsector kan daarbij behulpzaam zijn. Zeker in het huidige digitale tijdperk, waarbij modedesign een virtueel proces is geworden. Digitale duurzaamheid, zo hebben we bij het Gelders Archief ervaren, is nog geen gemeengoed in de modewereld en een relatie met het e-depot in ontwikkeling is dus heel zinvol. Het is nog even de vraag of we met Modekern Arnhem tot de innovatieagenda zullen doordringen, want er zijn veel meer initiatieven binnen de modesector die daar naar streven. Het zou wèl een mooie opsteker zijn en de ingrediënten hebben we in Arnhem: betrokkenheid van de ontwerpers zelf, van de kennissector (ArtEz, Premsela), de erfgoedsector (Museum Moderne Kunst en Gelders Archief) en de overheid (provincie en gemeente).
Abonneren op:
Posts (Atom)
